Van coronacrisis naar multi-crisis? Een drieluik (2/3)

DEEL II

Wat verandert er na de crisis?

Na de crisis definiëren we hier in die zin dat de meeste overheidsmaatregelen zijn teruggebracht (behoudens bijvoorbeeld het handenwassen, afstand houden en dragen van mondkapjes) en de economie en het maatschappelijke leven (vrijwel) volledig zijn heropend.

Het betekent niet noodzakelijk dat het covid-virus niet meer aanwezig is. Het kan best zijn dat het virus een endemisch karakter heeft gekregen (leven met het virus in plaats van na het virus) maar wel dat de crisis(organisatie) achter ons ligt. Het normale leven heeft zich als gevolg van uitgebreide vaccinatie, goede medicatie en gericht lokaal ingrijpen bij uitbraken, wel weer kunnen hervatten. Sommige lichte maatregelen zoals het dragen van mondkapjes en het houden van afstand zullen in specifieke omstandigheden gehandhaafd blijven of (tijdelijk) weer worden ingevoerd bij lokale uitbraken.

Mensen kunnen weer naar school, aan het werk, gaan sporten, op een terras gaan zitten en op vakantie. Ondernemers pakken de draad weer op. Levensvatbare bedrijven die de crisis niet hebben overleefd zullen door andere ondernemers worden overgenomen, niet-levensvatbare bedrijven gaan na beëindiging van de steunmaatregelen alsnog ten onder.

Veel van de psychische en mentale problemen waar mensen op dit moment mee te kampen hebben, zullen voor het overgrote deel van de bevolking binnen dagen of weken verdwenen zijn zodra het openbare leven weer door iedereen kan worden hervat.

De verwachting is dat veel teruggaat naar het oude en dat de samenleving vrij snel terugveert naar oud gedrag en oude gewoonten en gebruiken (ook als dat wellicht minder gewenst is).

Zijn er dan toch zaken die (blijvend) zullen zijn veranderd?

Ik bespreek dit langs de drie crisislijnen uit het eerste deel van dit drieluik: volksgezondheid, financieel-economisch en sociaal-maatschappelijk. In dit tweede deel volksgezondheid en financieel-economisch.

Volksgezondheid

In eerste instantie zal de gezondheidszorg een inhaalslag hebben te maken in de reguliere zorg, dit terwijl de zorg de wonden van een maandenlange uitputtingsslag nog aan het likken zal zijn. Een proces dat mogelijk jaren in beslag kan nemen. In tweede instantie zal geëvalueerd worden of de zorg voldoende is toegerust op crises als de huidige en of daar meer buffers ingebouwd dienen te worden. Het is niet ondenkbaar dat het antwoord daarop negatief zal blijken te zijn (hetgeen ik in een andere analyse uiteen zal zetten).

Wat ook bekeken zal moeten worden is de consequenties van de uitgestelde zorg. Ook dit zal geleid kunnen hebben tot extra overlijdens in de afgelopen maanden (denk aan hart-, vaat- en luchtwegaandoeningen, kanker en onbehandelde complicaties bij één van de 1,1 miljoen diabetes-patiënten in Nederland). De vraag is hoe de sterftecijfers onder deze groepen zich in de afgelopen maanden hebben verhouden tot die van corona.

Anderzijds valt te verwachten dat een deel van de uitgestelde zorg (huisartsen hebben het afgelopen jaar een miljoen minder doorverwijzingen naar specialistische zorg gedaan dan gebruikelijk) ook afgestelde zorg zal blijken te zijn. Niet omdat de patiënt is overleden, maar omdat de kwaal met de tijd spontaan of met behulp van zelfzorgmiddelen is verdwenen. Dat roept de vraag op welke specialistische zorg ook in de toekomst meer afgeschaald zal kunnen worden en biedt het kansen voor herprioritering en meer efficiency in de zorg. Hier zijn nog geen cijfers over bekend.

Veel van de (reguliere) zorg is de afgelopen maand digitaal gegaan. Van digitale consults met huisartsen en medisch specialisten tot aan monitoring van vitale functies op afstand. Dit zal voor een groot deel ook na de crisis in stand kunnen blijven en zelfs verder worden uitgebouwd. Dat vraagt wel om investering in de digitale infrastructuur en benodigde software. De vraag is of de toegenomen efficiency in de zorg deze investering rendabel zal kunnen maken, of dat deze nieuwe vorm van dienstverlening de toegankelijkheid en efficiency en daarmee ook de toeloop op de zorg zal vergroten totdat de ontstane ruimte in het zorgaanbod ook door de toenemende zorgvraag zal zijn gevuld (vergelijkbaar met de verbreding van een bestaande snelweg, die de eerste maanden meer ruimte zal bieden, maar waarvan de capaciteit al snel optimaal zal worden benut met dezelfde (maar bredere) files tot gevolg).

Het is niet ondenkbaar dat we in de komende maanden en jaren te maken zullen krijgen met lokale uitbraken van het covid of een vergelijkbaar virus. Dat kan betekenen dat de zorg hiervoor capaciteit beschikbaar dient te houden en er blijvend geïnvesteerd zal moeten worden in (nieuwe) vaccins en medicatie.

We verwachten dat mensen voor wat betreft hun mentale gesteldheid behoorlijk veerkrachtig zullen blijken te zijn. Het is niet de verwachting dat er voor langere tijd grote druk op de GGZ zal ontstaan. Maar toch is er ook leed dat blijft, of leed dat zich nog moet uiten, zeker bij specifieke groepen in de samenleving.

Denk maar eens aan de kinderen in een ongezonde thuissituatie die daaraan maanden niet hebben kunnen ontsnappen. Of aan overwerkt zorgpersoneel dat maandenlang heeft lopen ploeteren met nauwelijks waardering (laat staan de beloofde eenmalige toelage). Dan gaat het ook om mensen die iets te lang en te vaak met hun partner op de bank hebben gezeten en inmiddels in een relatiecrisis zijn beland (de meeste echtscheidingen komen normaal voort uit de zomer- en kerstvakanties als partners 2 à 3 weken op elkaars lip zitten zonder de afleiding van werk en dergelijke; wat denk je dat een crisis van inmiddels een jaar met mensen doet?).

Dan hebben we het ook over het mentale leed van ondernemers die hun levenswerk van soms tientallen jaren of zelfs generaties in slechts een jaar tijd hebben zien verdampen. Dat doet wat met een mens. Of jongeren in de studentenleeftijd of die hun eerste stappen op de arbeids- of woningmarkt hebben willen zetten, maar meer dan eens tevergeefs. Dat is ook de leeftijd waarin normaal in hoge mate het sociaal netwerk voor het verdere (volwassen) leven wordt gelegd.

En al die mentale ellende moet er nog uitkomen.

Net zoals de meeste mensen ziek worden op vakantie na een paar maanden zwoegen en het hoofd boven water houden op het werk, is het niet onrealistisch dat de mensen die nu simpelweg aan het overleven zijn, juist na de coronacrisis echt de man met de hamer tegenkomen en het beroep op de GGZ juist dan zal toenemen.

Financieel-economisch

Het wordt steeds duidelijker dat de crisis niet alleen gevolgen voor de gezondheid heeft, maar dat er ook grote economische en mentale gevolgen zijn. De impact van deze gevolgen is niet eerlijk verdeeld in de samenleving. Zo hebben horecaondernemers al maandenlang hun deuren noodgedwongen moeten dichthouden, betekent een wereldwijde ‘code rood en oranje’ dat reisorganisaties al maandenlang geen trips hebben kunnen verzorgen, maar draaien supermarkten en online giganten als Bol.com en Amazon hun hoogste omzetten ooit.

Wat betekenen deze economische gevolgen voor bijvoorbeeld het welzijn van de samenleving en de arbeidsmarkt? Iedereen hoopt dat met het vaccinatieprogramma het einde van de crisis in zicht is. Als straks het grotendeel van Nederland is ingeënt, kunnen we hopelijk weer ‘normaal’ leven, zoals we dat gewend waren. Maar is het einde van de crisis al wel in zicht? Komt de economische klap niet pas later?

De overheid heeft, met alle ondersteunende pakketten, de staatsschuld behoorlijk op laten lopen. Deze rekening zullen we met z’n allen de komende jaren moeten terugbetalen. En wat gebeurt er met alle bedrijven die na de crisis weer regulier hun belasting moeten betalen? Veel ondernemers zijn nu al pessimistisch over het voortbestaan van hun bedrijf, maar economen verwachten dat de echte faillissementsgolf pas later plaatsvindt, als de maatregelen zijn afgebouwd en bedrijven het zonder de staatssteun weer moeten oppakken.

Er zijn dus grote verschillen tussen economische sectoren. Waar sommige sectoren weinig van de crisis hebben gemerkt en andere hebben gefloreerd, hebben weer andere sectoren de prijs betaald. Of zij gaan dat nog doen zodra de steunpakketten worden afgebouwd.

Welke keuzemogelijkheden zijn er op het gebied van economisch herstel naar aanleiding van de coronacrisis? En welke mogelijke effecten hebben deze keuzes?

Zwaarst getroffen sectoren

Reisbranche

Nu het wereldwijde oranje reisadvies nog steeds van kracht is, hebben grote reisbureaus, zoals TUI en Corendon, hun reizen al maanden moeten annuleren. Dit betekent, in vergelijking met een normaal jaar, dat er maximaal 40 tot 50% van de omzet gedraaid kan worden in 2021.

Het stilvallen van de reisbranche heeft grote negatieve gevolgen voor de sector. Zo had in oktober 2020 circa 20% van de werknemers binnen de reisbranche zijn of haar baan al verloren door de coronapandemie. Dat is één op de vijf werknemers. Ook zijn de vacatures in de reisbranche historisch laag: in oktober 2020 was het aantal vacatures t.o.v. begin 2020 met 97% gedaald.

Het enige perspectief is dat zodra het weer kan, de consument niets liever wil dan weer reizen en lekker op vakantie wil gaan. Zal de reisbranche zich dan vanzelf weer herstellen? En moeten we dan rekening houden met duurzaam reizen, of mag iedereen na corona weer het vliegtuig pakken? Intussen heeft D-reizen in april zijn faillissement bekend moeten maken, met 42 miljoen aan uitstaande reisvouchers (die gelukkig door het SGR gedekt zijn).

Detailhandel

In de detailhandel zijn hoge pieken en diepe dalen te zien door de coronacrisis. Hier zijn echt duidelijk winnaars en verliezers. De foodsector profiteert van de crisis en sloot januari 2021 af met 8.6% groei.

Afbeelding van Rudy and Peter Skitterians via Pixabay

Een percentage waar de non-foodsector met jaloezie naar zal kijken, aangezien deze sector kromp met 37.7%. Deze schommelingen zijn kenmerkend gedurende de hele coronacrisis. Waar drogisterijen en verkopers van consumentenelektronica meer omzet behalen, zijn de omzetten in de kleding- en schoenenbranche flink gedaald. Weet de consument de lokale winkel nog wel te vinden na ruim een jaar vooral online geshopt te hebben?

Horecabranche

Dat de horeca één van de zwaarst getroffen branches is door de coronacrisis, zal niemand verrassen. Uit de jaarcijfers van 2020 van het CBS blijkt dat de omzet van de horeca is gekrompen met meer dan 30% t.o.v. 2019. Ook in de dialoog met de samenleving wordt aangegeven dat de steun van de overheid niet alle klappen kan opvangen.

Ondanks de creativiteit van veel ondernemers (denk aan alle take-away opties van restaurants) neemt het pessimisme en de onzekerheid toe. Hoe lang is alleen afhalen en bezorging nog houdbaar? De meest recente cijfers liegen er niet om: 41% van de horecaondernemers verwacht niet langer dan vijf maanden het hoofd boven water te kunnen houden. Een schrikbarend hoog getal. Zullen de faillissementen opgelost worden door nieuwe ondernemers die de failliete bedrijven zullen overnemen na de coronacrisis? Of vindt er dan een kaalslag plaats en zal er veel horeca verdwijnen uit de binnenstad?

Keuzes in herstel en vernieuwing:

Dat de horecabranche, reisbranche en een groot deel van de detailhandel het momenteel erg zwaar hebben door de lockdown, leidt geen twijfel. De relevante vraag is wat nodig is ná de crisis. Hierin zijn verschillende keuzes denkbaar:

Optie 1:

De overheid stopt met de steunmaatregelen zodra de samenleving weer open kan. Steunmaatregelen waren nodig voor de gedwongen sluiting, daarna is het aan levensvatbare bedrijven om de draad weer zelf op te pakken. De effecten van de coronacrisis worden door de bedrijven zelf opgevangen, daarvoor is geen aanvullende steun van de overheid vereist. De Nederlandsche Bank (DNB) geeft aan dat de economische impact van de coronacrisis tot nu toe eigenlijk is meegevallen. Als de economie in de loop van 2021 geleidelijk wordt vrijgegeven, zal de economie zich vanzelf kunnen herstellen. Faillissementen zullen toenemen, maar vooralsnog is er geen sprake van een vooruitzicht van een faillissementsgolf.

De verwachting is dat deze optie weinig zal bijdragen aan het herstel en vertrouwen in de economie. Wel zal er meer vernieuwing plaatsvinden. Door het stoppen van de aanvullende steun, zijn sommige bedrijven genoodzaakt om te vernieuwen en zich aan te passen aan de nieuwe wensen van de klant. Zo kopen Nederlanders tegenwoordig liever online of juist offline maar dan lokaal hun producten, zo blijkt uit de dialoog met de samenleving: “Het lokaal blijven kopen. Dat gebeurt nu al, maar dat is belangrijk om echt vast te houden. Zo steunen we de kleine ondernemers. En ik hoop ook dat de saamhorigheid blijft. Elkaar ondersteunen.“

Optie 2:

De coronacrisis heeft structurele en incidentele effecten. Structurele veranderingen zoals blijvend minder reizen en hybride werken, zal mogelijk gewenst blijven en door de overheid worden gefaciliteerd. Voor incidentele effecten (bijv. sluiting horeca) moet tegemoet gekomen worden om levensvatbare bedrijven overeind te houden. De overheid blijft daarom na de crisis selectief steunen. Een onderzoek van McKinsey & Company laat ook zien dat de coronacrisis voor fundamentele veranderingen in consumentengedrag heeft gezorgd, veranderingen die ook na de crisis zichtbaar zullen blijven.

Bedrijven zullen moeten blijven inspelen op deze structurele veranderingen en de overheid kan daarin stimuleren.

Door selectief te steunen en als overheid mee te gaan met de structurele veranderingen die door de coronacrisis hebben plaatsgevonden, zal er meer vernieuwing in de zwaarst getroffen branches plaatsvinden. Bedrijven worden op deze manier gestimuleerd om zich te vernieuwen naar het nieuwe normaal na de crisis. Ook in het gehouden dialoogtraject wordt aangegeven dat we moeten investeren in de juiste zaken: “Onze kern ervan is dat welvaart en welzijn hand in hand kan gaan en een nieuw jasje mag krijgen. Dat het op een nieuwe manier mag en kan. Op een creatieve manier. Dat we eigenlijk een beetje moeten balanceren in de zin van dat ze wat geld investeren in welzijn als in onze economie en niet alleen naar de economie.”

Optie 3:

De gehele economie heeft maandenlang zware klappen moeten opvangen. De overheid blijft daarom actief verschillende branches ondersteunen met een herstelplan voor na de crisis, om de economie goed te laten herstellen. Flink ingrijpen is noodzakelijk voor het herstellen van een gezonde economie. Hierbij is geen uitzondering tussen incidentele en structurele effecten. VNO-NCW geeft aan dat dit nodig is. Nu de lockdown steeds langer blijkt te duren, hebben ondernemers perspectief nodig, aangezien de situatie voor veel ondernemers uitzichtloos is. Het offer is niet langer op te brengen.

Door actief op een herstelplan in te zetten zal een groot deel van de markt kunnen herstellen en zal het vertrouwen in de economie toenemen. Toch is de wens om de zwaar getroffen economie te ondersteunen wel sterk, blijkt ook uit het dialoogtraject: “Ik hoop dat alles wat we met man en macht in stand hebben gehouden middels steunpakketten, dat dit overleeft. Dat alle ondernemers met hun laatste restjes alles tot bloei kunnen brengen en we als land er goed doorheen komen. Dat we in staat zijn om alles tot het oude te brengen. Ik ben bang dat veel bedrijven omvallen en zo banken ook in problemen komen waardoor er een financiële depressie komt. “

Wel is de vraag in hoeverre deze keuze bijdraagt aan vernieuwing. Moeten we ondernemingen die niet meer passen in de wereld na corona wel blijven ondersteunen? Wat betekent het blijven ondersteunen van de luchtvaart bijvoorbeeld voor het groene herstel na de coronacrisis?

Lastige keuzen, ieder met de eigen voor- en nadelen, die vooral aan het nieuwe kabinet zijn. Een flinke kluif voor tijdens het formatieproces, zeker gelet op het daaraan verbonden kostenplaatje alsook de arbeidsmarkteffecten op de korte en de langere termijn.

In dit deel besprak ik de mogelijke veranderingen op het gebied van volksgezondheid en op financieel-economisch vlak. In deel 3 zal ik verder inzoomen op de mogelijk blijvende veranderingen op sociaal maatschappelijk gebied.

* disclaimer